Walters start als schilder is meteen een succes.
Hij maakt het zich niet gemakkelijk en begint met het schilderen van stadsgezichten, meer bepaald vervallen gevels, deuren en poorten.
De lat ligt hoog, want de vaktechnische reputatie van Willem en Vic weegt zwaar. Met verbluffende precisie en engelengeduld worden elke steen, cementvoeg en barst aan het paneel toevertrouwd.
Stilaan evolueert zijn schilderkunst naar trompe l'oeil schilderijen, kastjes en schabben, gevuld met geleefde en afgeleefde voorwerpen, met als steeds weerkerend element: oud speelgoed.
Walters schilderijen wekken in het begin bevreemding op, omdat zij, los van de techniek, niets meer te maken hebben met het ons vertrouwde stilleven. Doordat de onderwerpen met uiterste precisie worden samengebracht, geassembleerd en herschikt, ontstaat een zichtbare spanning die drijft op een fijne dosis humor.
Of is het ironie?
Feit is dat Walters werk niemand onberoerd laat.
En gegarandeerd zie je bij de toeschouwer een vertederende glimlach verschijnen.